FIV

Feline Immunodeficientie Virus (FIV)

 

FIV wordt veroorzaakt door een virus dat verwant is aan HIV bij de mens dat AIDS veroorzaakt. FIV wordt daarom ook wel kattenaids genoemd. FIV kan alleen de kat besmetten en niet de mens.

 

Het virus wordt overgebracht via bloedcontact. Vooral via hecht- en bijtwonden worden katten geinfecteerd. Omdat katers veel vaker vechten is het percentage geinfecteerde katers tweemaal zo groot als geinfecteerde poezen. De ziekte komt het meest voor onder normale huiskatten die naar buiten gaan. Katten die binnenshuis leven in een groep waar de rangorde bepaald is zullen elkaar niet snel besmetten omdat ze niet veel vechten met elkaar. Ook bij dekkingen wordt er vaak gebeten (nekbeet) waardoor een poes geinfecteerd kan worden door de kater. Een drachtige poes kan ook via de placenta en later via de moedermelk overbrengen op haar kittens.

 

Bij FIV geschiedt de voornaamste overdracht veel meer door een directe bijtwond met vechten en in veel mindere mate door langdurig sociaal contact.

 

De ziekteverloop is vergelijkbaar met HIV. Het virus tast het immuunsysteem van de kat aan waardoor deze gevoelig wordt voor allerlei infecties. Na infectie met FIV zijn er een aantal stadia:

1. Het acute stadium. Dit stadium kan zonder ziekteverschijnselen optreden. Soms wordt alleen wat koorts waargenomen.

2. Asymptomatische fase. In deze fase vertoont de kat geen ziekteverschijnselen. Deze periode kan een aantal jaar duren, soms zelfs langer dan 5 jaar. De kat kan andere katten wel besmetten.

3. Fase met vage, algemene symptomen zoals terugkerende koorts, oogontstekingen, verminderde eetlust en vermageren.

4. AIDS gerelateerd stadium. Dit is het stadium waarin het opvalt dat de kat niet in orde is. Veel voorkomende ziekteverschijnselen zijn: tandvleesontstekingen, oogontstekingen, vermageren, lymfeknoopzwelling, benauwdheid en diarree. Deze symptomen worden over een periode van enkele maanden steeds erger.

5. AIDS. Uiteindelijk zal een deel van de katten een stadium bereiken vergelijkbaar met AIDS bij mensen. De kat vermagert, krijgt chronische ziekteproblemen en allerlei secundaire infecties die hij niet kan overwinnen (longontsteking bijvoorbeeld). Neurologische verschijnselen (zenuwafwijkingen) worden nogal eens waargenomen bij katten met AIDS.

 

FIV is net als FeLV te diagnosticeren door middel van de Snap test.

 

Ook kattenaids is helaas niet te genezen. De therapie bestaat uit het onderdrukken van de secundaire infecties met antibiotica. Er is nog geen vaccin beschikbaar tegen FIV. Het is erg belangrijk dat katten besmet met FIV andere katten niet kunnen besmetten, en moeten ze dus apart en binnen gehouden worden.

 

Door de lange periode (gemiddeld 5 jaar) die zit tussen de besmetting met het virus en het ontwikkelen van de ziekteverschijnselen hebben katten met FIV een betere prognose dan katten met FeLV. Zij kunnen meestal nog een aantal jaren een goed leven hebben voordat ze te ziek worden. Helaas zal ook een kat met AIDS uiteindelijk overlijden aan de complicaties van de ziekte.